De sociale theorie

Paul Vader

Veel overheden worstelen met de vraag hoe ze hun burgers betrekken bij de uitvoering van het beleid. Hoe zorgt een gemeente ervoor dat ze haar representerende functie zo goed mogelijk uitvoert die haar vanuit de democratische beginselen toekomt? Hoe houdt ze contact met de burgers waarvoor ze werkt, zodanig dat ze doet wat nodig is? En wie bepaalt dan eigenlijk wat nodig is? En als je de burger erbij betrekt hoe voorkom je dat een gesprek blijft steken op het niveau van de losliggende stoeptegel of het aantal parkeerplaatsen in de straat?

De afgelopen jaren hebben lector Hans de Bruin van het kenniscentrum EVM en onderzoeker Petra de Braal van de Solidarity University gewerkt aan deze vragen in de gemeente Veere. Daaruit is een werkwijze ontstaan die de Sociale theorie van een duurzame, samen lerende maatschappij is genoemd. Kernbegrippen daarin zijn gezamenlijkheid, verbinding, democratie en gedeelde waarden.

Reflectie en metareflectie

Hans de Bruin: “De ruggengraad van de sociale theorie is reflectie, en zelfs reflectie over de reflectie (metareflectie). Op die manier achterhaal je vanuit welke aannames mensen hun mening hebben gevormd. In plaats van over het probleem zelf te praten, probeer je te ontdekken welke blinde vlekken of vooringenomen standpunten er zijn.” Uit deze brede dialoog (bruine cirkel in het diagram, in figuur hieronder) komen ethische uitgangspunten naar voren die gebruikt worden in het democratische proces (geel). Petra de Braal: “De vraag die daarbij uitdrukkelijk wordt gesteld is of de uitkomst van de brede dialoog is wie zijn we, wat we willen met elkaar en wat we van elkaar mogen verwachten. Deze benadering voorkomt dat er blokkades opgeworpen worden door mensen die daar de macht voor hebben. Deze discussie wordt zelden of nooit gevoerd. Gemeenten hebben in de laatste jaren een andere rol gekregen, bijvoorbeeld in de zorg, maar de evaluatiecriteria met de samenwerkende partijen zijn niet veranderd. Daardoor weten ze niet of ze wel het goede doen voor hun inwoners.” De sociale theorie biedt hiervoor een uitweg. De sociale theorie beschrijft in een cyclisch proces (zie figuur) hoe overheid, burgers en maatschappelijke organisaties door middel van een voortdurende dialoog de ‘goede dingen’ doen op de ‘juiste manier’. De democratische instanties, zoals een gemeenteraad, kunnen vervolgens niet anders dan deze uitgangspunten betrekken in het beleid. Want die uitgangspunten hebben immers een breed draagvlak.

Duurzaamheidsplan Veere

Het begon allemaal met het duurzaamheidsplan voor de gemeente Veere. Hans de Bruin: “Toen we werden gevraagd om mee te helpen aan de totstandkoming van het duurzaamheidsplan was het belangrijk dat de HZ een neutrale positie in zou nemen en dat de burger bij het proces zou worden betrokken.” Het plan dat ontstond na gesprekken met burgers, bedrijven, de gemeenteraad, kortom iedereen die ermee te maken had, was breed van opzet. De Bruin: “Het was een holistisch plan en had dankzij de gevolgde werkwijze een zodanig brede steun dat het zonder zienswijzen door de raad is aangenomen.” Dat ging niet zonder slag of stoot. Sommige deelnemers hadden moeite om hun oude rol los te laten.

Hoe nu verder

Het toepassen van de sociale theorie verschaft een raamwerk om in gezamenlijkheid stappen te zetten. Hans de Bruin: “Men heeft grote vorderingen gemaakt, maar onze onafhankelijke rol is nog steeds nodig om het proces soepel te doorlopen.” Dat komt niet alleen omdat het moeilijk is om een vaste en comfortabele rol te verlaten, maar ook omdat de betrokkenen de kennis en vaardigheden missen die essentieel zijn in dit proces. Om dat laatste te veranderen heeft de HZ de minor Fit for the Future ontwikkeld. De minor is opgebouwd rondom drie competenties: conceptueel denken, kritisch reflecteren en verbinden. De minor wordt op dit moment door een aantal medewerkers van de gemeente Veere gevolgd. De Bruin: “De volgende stap is dat uiteindelijk alle medewerkers van de gemeente de minor zullen doen.” De Braal: “Wij zijn niet meer nodig als steeds meer mensen het proces weten gaande te houden. Nu zijn er nog af en toe blokkades die niet door een individueel medewerkers zijn te omzeilen. Maar dat zal gaandeweg minder worden als de kennis en vaardigheden op alle niveaus toenemen.”

Neoliberalisme versus verbinding

Democratie, sociale cohesie, een overheid die de goede dingen doet voor haar burgers, het klinkt allemaal zo logisch, maar waarom gebeurt het niet? Volgens de onderzoekers ligt het aan het doorgeschoten ideaal van neoliberalisme, waarmee onze maatschappij is doordrenkt. De Braal: “Er wordt uitgegaan van de vrijheid van een individu in het economische model. Als je zorg nodig hebt voor je kinderen of je oude moeder dan koop je die zorg in. Er wordt niet meer gezocht naar een oplossing in de relationele sfeer, met een goed samenspel tussen naasten en professionals. En dat is funest voor een perifeer gebied als Zeeland dat zijn kracht juist uit de relaties zou moeten halen. We hebben een gezamenlijke zorgrelatie tot elkaar. Zorgen voor leefbaarheid of duurzaamheid doe je niet alleen. Dat doe je samen. We vergeten wel eens dat we afhankelijk zijn van elkaar.”

De Bruin: “Dat missende sociale stuk komt terug in de essentiële stappen van ons model. Uiteindelijk gaat het om leefbaarheid: het welzijn van een mens in relatie tot zijn of haar sociale en fysieke omgeving.”

ICT-onderzoek?

Maar hoe komt een lector ICT verzeild in een theorie over een sociale samen lerende maatschappij? De Bruin: “Kijken naar systemen en daarvan het (menselijk) gedrag en de structuren vastleggen is altijd de basis geweest van het onderzoek van het kenniscentrum EVM. De maatschappij is ook een systeem waarop je systeemdenken kunt toepassen. De ICT is nodig om de kennis en expertise vast te leggen. Het is een hulpmiddel dat we ook in ons onderzoek in de gemeente Veere inzetten. De ‘grammatica’ van de Expertise Management Methode (EMM) beschrijft menselijk handelen. Daarmee leg je vast hoe je gehandeld wordt in complexe situaties, of juist niet. En dat doen we in een semantische wiki, zoals de Projectenportfolio.”

De Braal: “Ons onderzoek begint bij de grote blauwe cirkel: het doen. Want als je het doet heb je echte kennis. We staan niet aan de zijlijn en we kijken naar de onderliggende mechanismen.” Hans de Bruin: “In complexe situaties proberen we altijd een driedubbelslag te maken: vooruitgang brengen een situatie, nieuwe skills ontwikkelen en kennis opdoen, ervan leren. Zo co-evalueren we al samenwerkend: de duurzame, samen lerende maatschappij.”

Paul Vader is docent-onderzoeker bij het kenniscentrum EVM en redacteur van HZ Discovery