Hoe klimaatbestendig is onze samenleving?

De gevolgen van een overstroming voor vitale infrastructuur

Teun Terpstra en Jean-Marie Buijs

Stelt u zich eens voor. Het is februari 2020. Een zware noordwesterstorm windkracht 11 stuwt het water op tot enorme hoogte. Door een ongelukkige combinatie met springtij breken de dijken op vele plekken. Gelukkig is de bevolking op tijd gewaarschuwd, zodat mensen zich in veiligheid hebben gebracht. De schade is echter enorm. De vitale infrastructuur valt op grote schaal uit. In overstroomde gebieden functioneert niets meer, en ook op plekken waar geen overstroming heeft plaatsgevonden zijn gas, water, elektriciteit en telecomvoorzieningen beperkt beschikbaar. Zelfs de wc kan niet meer doorgetrokken worden. Ook wegen en spoor zijn zwaar beschadigd. Het herstel zal op zijn minst maanden duren. Zeeuwen verlaten noodgedwongen de provincie, net als de inwoners van New Orleans na orkaan Katrina in 2005. Voorgaande is een scenario, maar wat zou een watersnood zoals in 1953 heden ten dage betekenen voor Zeeland? Eigenlijk weten we het niet, want bij het ontwerp van vitale infrastructuur is geen rekening gehouden met overstroming als gevolg van dijkdoorbraken. Waterveiligheid en vitale infrastructuur zijn gescheiden werelden. Althans, tot voor kort.

Zeespiegelstijging

Een herhaling van 1953 is voor Zeeuwen onvoorstelbaar. We hebben de deltawerken en de dijken worden periodiek versterkt. Bovendien hebben we in 2017 de waterveiligheidsnormen van de eerste Deltacommissie 1953 aangescherpt op basis van nieuwe kennis over de sterkte van dijken en de gevolgen van dijkdoorbraken. Nederland was al de veiligste delta ter wereld, en heeft daar in 2017 nog een schepje bovenop gedaan. Toch blijft ons land kwetsbaar, simpelweg omdat een groot gedeelte onder de zeespiegel ligt. Tegelijkertijd wordt een versnelling van zeespiegelstijging verwacht. Een stijging met 110 cm in 2100 ten opzichte van 1985 behoort tot de huidige scenario’s. Dit betekent een enorme opgave voor de waterveiligheid in Nederland . Richten we ons daarbij alleen op het maken van sterkere waterkeringen, of houden we ook rekening met overstromingen bij de aanleg van infrastructuur?

Waterrobuuste infrastructuur

Op nationaal niveau werkt het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie aan de opgave om de vitale infrastructuur in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig in te richten. Maar wat betekent dat? Gaat dat om alle infrastructuur, ook het elektriciteitshuisje bij u op de hoek van de straat, of vooral de grotere objecten zoals hoogspanningsstations, gasverdeelstations, de hoofdwaterleiding en telecommasten? En hoe zijn die eigenlijk onderling van elkaar afhankelijk? Voordat daarover wat gezegd kan worden is er onderzoek nodig naar de kwetsbaarheid van objecten en domino-effecten wanneer één of meer onderdelen door een overstromingen uitvallen. En vanwege de complexiteit is er vooral: “… behoefte aan een aanpak op regionaal niveau met gebiedsgerichte informatie en regionaal maatwerk¹.”

Interdisciplinair onderzoek in Zeeland

Het lectoraat Waterveiligheid en Ruimtegebruik van de HZ heeft daarom samen met Veiligheidsregio Zeeland, Provincie Zeeland, Waterschap Scheldestromen, Rijkswaterstaat Zee en Delta, gemeente Reimerswaal, Deltares en beheerders van de vitale infrastructuur de handschoen opgepakt door onderzoek uit te voeren en tools te ontwikkelen waarmee de kwetsbaarheid gevisualiseerd wordt. Binnen de HZ is hieraan gewerkt met onderzoekers, studenten en docenten van diverse opleidingen. Dit heeft geresulteerd in twee producten. De online tool Vitale Assets en de wiki Waterveiligheid en vitale-infrastructuur in Zeeland.


Voor het ontwikkelen van de softwaretool was veel kennis nodig. Kennis van de gevolgen van overstromingen: als een dijk doorbreekt, hoe hoog komt het water dan te staan? Kennis van de vitale infrastructuur: welke typen objecten zijn er en bij welke waterdiepten vallen ze uit? En ICT-kennis: hoe kunnen we uitval van objecten bij dijkdoorbraken op verschillende plekken visualiseren en van toelichting voorzien?

Reimerswaal als casestudie

Vanwege deze complexiteit is er gekozen voor een casestudie in de gemeente Reimerswaal. Door gemeente Reimerswaal loopt een grote hoeveelheid vitale infrastructuur. In het Sloegebied wordt energie opgewekt en geëxporteerd naar andere delen van Nederland en het buitenland. Drinkwater, proceswater en gas worden via ondergrondse leidingen ingevoerd. Er liggen leidingstraten voor de industrie en de A58 en het spoor zijn voor het dagelijks transport van goederen en mensen van groot belang. Daarnaast zijn er de lokale netwerken voor gas, elektra, telecom / ICT, drinkwater, afvalwater, etc. Alleen al in gemeente Reimerwaal gaat het over vele honderden objecten. Daarnaast zijn er maar liefst 65 overstromingssimulaties beschikbaar van dijkdoorbraken op verschillende locaties en onder verschillende stormomstandigheden. Studenten van Water Management, Civiele Techniek, Logistiek en Veiligheidskunde hebben kennis ontwikkeld over mogelijke gevolgen. Om deze informatie behapbaar te maken zijn het lectoraat Data Science en studenten ICT bij het project betrokken. Onder begeleiding van docent-onderzoeker Daan de Waard zijn vijf studenten gedurende drie maanden aan de slag gegaan om de tool Vitale Assets te bouwen. Dit heeft geleid tot een prachtig product waar de professionals van onder de indruk zijn. Het product wordt daarom in samenwerking met Veiligheidsregio Zeeland en Provincie Zeeland momenteel doorontwikkeld voor heel Zeeland. Zij nemen het over om in de praktijk te gebruiken voor het ontwikkelen van beleid en voor het robuuster maken van de infrastructuur en het maken van crisisplannen.

Tot slot

Maatschappelijke vraagstukken zoals het waterrobuust en klimaatbestendig maken van de vitale infrastructuur vragen om interdisciplinair onderzoek. Dit geldt ook voor vergelijkbare uitdagingen op het gebied van klimaatadaptatie en waterveiligheid. Samenwerking tussen opleidingen en onderzoeksgroepen over de HZ als geheel is essentieel om op vragen van de samenleving in te kunnen spelen. Heb je als student, docent of onderzoeker belangstelling om samen te werken aan dit soort vraagstukken? Wij horen graag over je ideeën!

1) Eindrapport evaluatie Ruimtelijke Adaptatie Status. Opdrachtgever: Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Gedelegeerd opdrachtgever: Stuurgroep Ruimtelijke Adaptatie. Auteurs: Robert de Graaff, John Steegh, Miriam Aerts, Rutger van der Brugge, Arwin van Buuren, Gert Dekker, Gerald Jan Ellen, Albert Elshof, Anne Loeber. Vrijgave door: Robert de Graaff. Datum: 30 januari 2017.


Bovenstaand artikel is tot stand gekomen op basis van het onderzoek dat is uitgevoerd door lector Teun Terpstra, onderzoekcoördinator Jean-Marie Buijs, docent-onderzoekers Lukas Papenborg en Jasper van den Heuvel van het lectoraat Waterveiligheid en Ruimtegebruik. Het lectoraat richt zich op het ontwikkelen van praktijkgerichte kennis en instrumenten voor het versterken van de waterveiligheid, klimaatbestendigheid en veerkracht van de samenleving in deltagebieden. De onderzoeksgroep doet projectmatig onderzoek met diverse organisaties in de regio en in samenwerking met (inter)nationale kennisinstellingen. Het streven is dit onderzoek zo veel mogelijk te verbinden met het onderwijs door participatie van studenten en doorvertaling van resultaten in de opleidingen.