Kusttoerisme in coronatijd

Pieter-Bart Visscher, redacteur HZ Discovery

Het HZ Kenniscentrum Kusttoerisme (KCKT) is al ruim 14 jaar onderdeel van de HZ en heeft een stevige positie binnen het Economisch Domein van de HZ. Het praktijkgerichte onderzoek van het KCKT ging tijdens de corona-crisis in volle vaart door, sterker nog: het was nog nooit zo relevant en zichtbaar als in de afgelopen periode. Tijd voor een vraaggesprek met bevlogen oprichter Margot Tempelman.

Toen op 13 maart het land ‘op slot’ ging door de corona-maatregelen werd de toeristische sector keihard getroffen. Al op 2 april, krap drie weken later, publiceerde het KCKT een onderzoek naar de (financiële) gevolgen voor de sector. Dat onderzoek vormde de basis voor een brief aan staatsecretaris Mona Keijzer vanuit Toeristisch Ondernemend Zeeland. Hoe lukte het om zó snel mee te bewegen en onderzoek te doen? “De boel ging op slot, met enorme gevolgen en dat merkte ook Toeristisch Ondernemend Zeeland waar wij al geruime tijd mee samenwerken. We wilden zo snel mogelijk zo veel mogelijk ondernemers bevragen. De aangesloten branche-organisaties hebben met hun leden de vraagstelling afgestemd, zodat we een zo hoog mogelijke respons en zo goed mogelijk inzicht kregen. We wisten natuurlijk het een en ander over kostenstructuur en marges, maar we hebben dat inzicht nooit op ondernemingsniveau opgehaald en dat goed vertaald in een branchebeeld. Terwijl dat voor deze spoedpublicatie naar het ministerie wel essentieel was. Juist onze nauwe samenwerking met de brancheorganisaties en afstemming met de ondernemingen maakten de resultaten waardevol.

De sector gebruikte de opgedane kennis om hun boodschap af te geven. Zo moeten we werken. Wij moeten die betrouwbare kennispartner in de regio zijn gericht op het doen van onderzoek, het leveren van data en inzichten. Zo hebben we dat nu ook gedaan, wij hebben de resultaten en inzichten geleverd en de sector heeft dat gebruikt in zijn gang naar het ministerie.

Dat onderzoek viel erg goed, maar het was wel hectisch in die periode. Iedereen moest nog wennen aan het thuiswerken, terwijl het wel alle hens aan dek was in die paar weken. Dat moest nu even, snelheid houden was belangrijk. Dan moeten anderen op andere dossiers even bijspringen. Dat leverde gelukkig bijna geen discussie op.”

Margot Tempelman

De slagkracht van het KCKT in corona-tijd viel op. Zelfs zodanig dat de Provincie Zeeland aan KCKT vroeg om nog twee andere – weliswaar verwante - thema’s te onderzoeken. Het leidde tot een tweetal onderzoeken naar de impact van corona op de Zeeuwse Arbeidsmarkt en naar een onderzoek naar de impact van corona op Zeeuwse binnensteden. “Vanwege onze wendbaarheid en de goede resultaten uit eerder onderzoek werden we gevraagd voor het vervolgonderzoek. Het ging om brononderzoek, literatuurstudie en het uitdenken van toekomstscenario’s. De timing was gunstig, vlak voor de zomer, de nieuwe junioren beten zich er meteen in vast. Ze hebben in de vakantie deels doorgewerkt en na de vakantie hebben we een aantal sessies gehouden en zijn we de pers in gegaan. Ondanks de groei in het team en de verschillende expertises zijn we niet op ‘eilanden’ gaan werken. Aan elk project werken twee of drie mensen gelijktijdig, met één eindverantwoordelijke en de anderen werken aan subvragen. Corona stelt ons voor uitdagingen in het werk; we houden daarom elke dag een stand-up. Het helpt enorm om elkaar dagelijks kort te spreken en daarmee zien we elkaar – digitaal - dus vrij veel.

Hoe staat de sector ervoor, wat zijn de uitdagingen? Per subsector is het beeld anders en verschillend, maar elke onderneming merkt de gevolgen. Alle verre bestemmingen en de bus- en vliegreizen hebben het heel zwaar. In Zeeland hebben de bungalowparken en campings het hele voorseizoen gemist, wat de rest van het jaar niet meer in te halen was. Juist toen het geweldig weer was gingen ze dicht. En het begin van het naseizoen was nat. De zomer was wel erg goed. Maar eigenlijk is Zeeland elke zomer al ‘vol’; je kunt niet meer aanbieden dan je beschikbaar hebt. Dat is beperkt opgevangen met iets hogere prijzen, en waar de laatste gaatjes in andere jaren met kortingsacties gevuld werden, ging het nu vanzelf. Ook de hotels lopen fors achter op reguliere omzet. De horeca heeft het in de zomerperiode redelijk gedaan, dankzij een ruimhartig terrassenbeleid. En nu is alles weer dicht, ook restaurants, die het qua onderlinge tafelafstand goed voor elkaar hadden, wat erg zuur is. Bij veel ondernemers zagen we een behoorlijk snelle, creatieve omschakeling naar afhaal en maaltijdboxen, maar het vereiste wel keihard werken.”

Margot verwacht dat de gevolgen van de pandemie een faillissementsgolf kunnen veroorzaken. Ze geeft aan dat 60% van de ondernemers verwacht niet goed uit deze corona-crisis te komen. “We zullen bijna geen zwarte cijfers zien in de sector over 2020.” Ze merkt daarbij op dat een steeds hoger kwaliteitsniveau ook de nodige investeringen vergt en dat de banken erg voorzichtig zijn met financiering. Er zit een grens aan wat ondernemers kunnen en er zal een overname-hausse ontstaan van kapitaalkrachtige buitenlandse ketens die nu hun slag slaan. Zeeuwse familiebedrijven worden overgenomen. “Een buitenlandse keten is niet per definitie slecht, maar daarmee vertrekken de toekomstige winsten wel naar verre oorden. Daar moeten we alert op zijn.”

Hoe begon het kenniscentrum eigenlijk bij de HZ? “We waren een kleine, zelfstandige speler die al een aantal jaar bestond binnen VVV Zeeland, maar daar uiteindelijk geen toekomst had. Daarom vonden we veertien jaar geleden onderdak bij de HZ als een van de eerste kenniscentra. De eerste jaren waren taai. We namen een paar kleine opdrachten vanuit de Provincie Zeeland mee naar de HZ, die we langzaam hebben uitgebouwd, onder andere door subsidie Pieken in de Delta binnen te halen van het ministerie van Economische Zaken. Gelukkig hadden we een groot netwerk, dat heeft ons geholpen de eerste periode te overleven. We gingen voor de langzame ontwikkeling. We hebben nooit snelle groei nagestreefd. We hebben gestuurd op kennisopbouw en impact voor de sector. Een paar jaar geleden kregen we een enorme groeispurt door een aantal opdrachten van de Provincie Zeeland, en vanuit Europa... Bijvoorbeeld het onderwerp ‘mobiliteit’ waarin we al voorzichtig een netwerk met een aantal vaste partners en betaalde opdrachten hadden opgebouwd. Als er dan een kans voordoet voor onderzoeksubsidie dan bereik je veel meer met wat je toch al deed.”

Margot beschrijft op haar kenmerkende manier, passievol en uitgesproken, hoe ze leiding geeft aan het team. Ze houdt van duidelijkheid en transparantie, neemt geen blad voor haar mond en heeft oog voor de samenstelling van het team, maar ook voor de individuele behoeften. Ze geeft aan dat ze het geluk heeft gehad vanaf de eerste dag een team te mogen bouwen en dat daar ook trial and error bij hoort.

“Ik wilde gestage groei, met een vaste kern van medewerkers en daaromheen flexibiliteit. De vaste kern wilde ik rustig uitbreiden in samenspraak met de teamleden. We hebben dus met elkaar, de juiste mensen gekozen. Daar zit veel intuïtie bij, want ik heb geen enkele scrupule om hierin mijn intuïtie te volgen. Maar je moet er altijd veel energie in stoppen, dan weet je ook vrij snel of iets werkt, maar ook snel beslissen als het een keer niet zo is. In ons team zitten veel verschillende type mensen die inmiddels goed op elkaar zijn ingespeeld. Het werkt lekker met meerdere leeftijdscategorieën, goede man-vrouw verdeling en ruimte voor nieuwe, jonge aanwas.

Ik hou wel van een beetje weerstand en leg graag verantwoordelijkheid bij elk teamlid. Er is ook ruimte voor emoties als boosheid, als het maar niet op de man spelen wordt. Ik houd niet van mokken. Als je gefrustreerd raakt en gaat lopen foeteren op alles en iedereen, dan moet je weggaan en elders een baan zoeken.”

Jij werkt vanuit ‘impact maken’ wat bedoel je daarmee? “We werden door de HZ met de beleidsterm ‘valorisatie’ op pad gestuurd, maar ik vond het lastig daar een goed beeld bij te vormen. Wij waren als kenniscentrum continu bezig met wat de sector nodig had aan praktijkgericht onderzoek. Dat lukte ons goed omdat wij natuurlijk van ‘buiten’ kwamen. Na een moeilijk begin werden we steeds relevanter, maar de sector heeft zich ontwikkeld, is beter georganiseerd en vertegenwoordigd in verenigingen. Bovendien is het normaler geworden dat hogescholen een rol spelen in het toerisme-onderzoek. De oprichting van het Centre of Expertise was waardevol voor de sector. We doen er ook alles aan om niet te concurreren met commerciële onderzoeksbureaus. Die balans zoeken is nog wel eens lastig. Groot verschil is dat wij kennis leveren, data analyseren en conclusies opstellen, maar dus niet aan het einde komen met adviezen en aanbevelingen. Juist het verzamelen van kennis heeft voor ons veel betekenis gekregen. Nu kloppen de commerciële onderzoeksbureaus bij ons om aan regionale kennis te betrekken. Wij ontsluiten die kennis die eenieder van de website kan plukken."

Wat zijn jullie toekomstplannen, is de kennisagenda al ingevuld? “Er is nog zo veel te onderzoeken. We willen bijvoorbeeld kijken naar de rol van toerisme in de leefbaarheid van Zeeland. Kan door toerisme het voorzieningenniveau op peil gehouden worden? Welke negatieve elementen kleven er aan toerisme? Wat zijn gevolgen voor afvalstromen, water- en energiegebruik? De sector is gebaad bij het inzetten op duurzaamheid, op het behouden van de waarde van het landschap en ruimtelijke kwaliteit in Zeeland en met een goede connectie met de Zeeuwen. Als de Zeeuwse inwoner blij is met toerisme, dan is toerisme een verlengde vorm van gastvrijheid en is er geen gegrauw en gesnauw bij de bakker.

We zijn ook nauw betrokken geweest bij de 'Kustvisie'. Het is een strategische ontwikkeling die in de provincie en in veel gemeenten aandacht krijgt. Wij praten daar onafhankelijk over mee. Lastige is dat belangen en bedoelingen van de partijen niet altijd gelijk zijn. Er worden op het eerste gezicht wel dezelfde woorden gebruikt, maar de betekenis is niet altijd dezelfde. We merken dat op en we sturen daarin. Ik loop ook al lang mee en kan daardoor gemakkelijk partijen tot de orde roepen. Als een wethouder onjuiste uitspraken doet, kan ik daar makkelijk wat van zeggen. Het bij de les houden, op kennis meepraten, die rol hebben we gekregen en verdíend in de afgelopen jaren. Ik ben trots op die rol en ik denk dat dat ook dé meerwaarde is van praktijkgericht onderzoek voor de HZ. En dat allemaal dankzij het team.”