Onderwaternatuur bestuderen vanaf het droge

Onderzoek en onderwijs profiteren van het nieuwe onderwaterlab

Tim van Oijen, onderzoeker Building with Nature

Garnaaltjes, krabben, sponzen, zakpijpen: het krioelt van het leven in de bassins van het onderwaterlab in Yerseke. Afgelopen najaar werd deze proefopstelling bij het NIOZ feestelijk geopend. Nu loopt er een meerjarige studie om meer inzicht te krijgen in het effect van dijkversterkingen op de onderwaternatuur. Studenten nemen ook deel aan dit project, hoewel dit voorjaar het coronavirus roet in het eten gooide.

Onderwaterlab

Wie het Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek (NIOZ) in Yerseke bezoekt, ziet langs de kade een imposante rij betonnen bassins. Als bij rustig weer de wolken in het water weerspiegelen, lijkt het wel een kunstproject. Dit is het onderwaterlab. De twaalf bassins zijn acht meter lang, drie meter breed en bijna twee meter diep. Een zwembad op ruwweg schaal 1:3 dus. Bij laagwater kom je makkelijk bij de bakken, omdat de bodem eromheen droogvalt. Bij hoogwater komen de bakken onder water te liggen. Zo ververst het water zich elk getij en warmt het niet op. Breuksteen De bassins zijn geplaatst om onderzoek te doen naar het onderwaterleven op dijken of op natuurlijke bodems. Een jaar geleden ging de eerste proef van start die zich richt op het effect van het gebruik van verschillende materialen bij dijkversterkings-projecten. Bij die projecten moet Rijkswaterstaat aantonen dat het leven dat er voorheen was weer terugkeert. Anders gaat het niet door of zijn dure compensatiemaatregelen op locatie of elders de enige uitweg. Rijkswaterstaat past bij de versterking vaak staalslakken toe. Deze zware, vuistgrote klompen zijn een restproduct van de hoogovens. Onbedekte staalslak vervangt de natuurwaarden van de oorspronkelijke zandige bodem uiteraard nooit. Maar wat is het effect als er ruggen van breuksteen op de staalslakken worden gelegd? In de luwten achter zulke ruggen kunnen zand en slib bezinken en kan het bodemleven zich dus mogelijk herstellen. Bovendien biedt breuksteen zelf ook plek aan allerlei planten- en diersoorten.

Steekbuis In de bakken wordt het effect van een laagje zand en van een breuksteenrug getest. Wie op een windstille dag bij laagwater vanaf de kade de bassins bekijkt ziet de verschillen in de aangebrachte materialen. In sommige bakken zit alleen een laag staalslak, in andere is op deze laag zand gestort. Ten slotte zijn er ook bakken waarin er op deze ondergronden in het midden een rug van breuksteen is aangebracht. Zo zijn er in totaal vier verschillende typen behandelingen, die er elk in drievoud zijn. Al snel na plaatsing van de materialen ontwikkelde zich een rijk leven in de bakken. Opmerkelijk waren de grote aantallen garnaaltjes die op de zandbodem zaten of tussen de wieren op het breuksteen. De komende jaren wordt precies gevolgd hoe het onderwaterleven zich verder ontwikkelt. Er wordt gesnorkeld en gefotografeerd om de wierbedekking te bepalen, er wordt gevist met kruisnetten, al dan niet met aas, om de aantallen garnalen, krabben en grondels te schatten. Student Jana Hildebrand van de Universiteit van Amsterdam besteedt momenteel een deel van haar afstudeerstage bij Bureau Waardenburg aan dit onderzoek. Zij kijkt naar de infauna, de kleine diertjes die tussen de zandkorrels leven. De eerste bodemmonsters zijn begin maart genomen. Daarbij wordt een steekbuis gebruikt die, nadat de buis in de grond is geduwd, van boven met een kraantje wordt afgesloten. Dit voorkomt dat het zand en slib niet meekomen als de buis weer omhoog wordt getrokken. Jana had net de eerste monsters onder de microscoop gelegd en de eerste wormpjes gesorteerd, toen COVID-19 het land platlegde. Het is spannend of ze dit onderzoek nog zal voltooien in de komende maanden.

Meetdag Naast de hoofdproef worden er in het kader van het RAAK-Publiek project Low Cost High Tech Innovatoren (LCHT), diverse monitoringstechnieken getest die geschikt zijn om goedkoop en met een hoge frequentie en dichtheid te meten in gebieden die ten minste een deel van de tijd onder water staan, zoals slikken. Ook zijn er mooie kansen voor het onderwijs. Voor dit voorjaar stond een meetdag gepland voor de tweedejaars HZ-studenten Water Management, richting Aquatische Ecotechnologie. Met onder andere onderwaterkijkers, onderwatercamera’s en visnetten zouden zij kennismaken met de onderwaternatuur en met het doen van toegepast ecologisch onderzoek. Zuur voor hen dat het niet door kon gaan. Hopelijk kan volgend jaar het geplande onderwijs wel weer plaatsvinden. Twaalf bakken, een paar meter uit elkaar; daar liggen ook kansen voor onderwijs volgens het ‘nieuwe normaal’ in de anderhalve-metersamenleving van Mark Rutte.

Referenties

  1. Het onderwaterlab is tot stand gekomen met financiële bijdragen van het NIOZ, Rijkswaterstaat en de HZ University of Applied Sciences. Het LCHT-project wordt mede gefinancierd door SIA.
  2. Achtergrondfoto: genomen in het onderwaterlab. Waaierkokerwormen en iriserend kraakbeen roodwier. Foto gemaakt door Annette Bouwels.
  3. Foto midden: bezoekers nemen tijdens de opening een kijkje onder water met een onderwaterkijker. Foto gemaakt door Ernesta Verburg.
  4. Foto rechts: Jana Hildebrand, bezig met haar afstuderen aan de Universiteit van Amsterdam, fixeert een sedimentmonster met formaldehyde.

Meer weten?

Luister dan naar deze aflevering van de podcast van De Correspondent waarin journalist Lex Bohlmeijer Tjeerd Bouma interviewt. Tjeerd is HZ-lector en senior wetenschappelijk onderzoeker bij het NIOZ. Samen brengen zij onder andere een bezoek aan het onderwaterlab.

Over de auteur: Tim van Oijen is zeebioloog en werkt parttime bij de onderzoeksgroep Building with Nature. Zijn onderzoek richt zich op het bedenken en testen van dijkontwerpen die de natuurwaarden verhogen.