Energiebesparing in kleine havens

Uitkomsten van het project Ports Energy and Carbon Savings (PECS)

Eugène de Kok, redacteur HZ Discovery

Hey, you just created a text paragraph! Somebody once said that the pen is mightier than the sword — and that was in 1839. Just imagine, with the power of cutting-edge content experiences and the ability to distribute your content around the world in mere seconds, writing this paragraph could be one of the most influential things you ever do!

Hoe kunnen kleine en middelgrote havens energie besparen en hun CO2-uitstoot verminderen, zonder dat ze daarvoor de hoofdprijs betalen? Dat was de centrale vraag in het project Ports Energy and Carbon Savings (PECS). “Vooral jachthavens hebben potentie om te verduurzamen. Ze gebruiken betrekkelijk weinig energie en hebben vaak voldoende ruimte om besparende systemen te installeren”, zegt lector Jacob van Berkel van het lectoraat Delta Power van de HZ University of Applied Sciences.

HZ was met de Universiteit van Gent, onderzoeksinstituut Cerema in Frankrijk en de University of Portsmouth kennispartner in het Interreg 2 Zeeën-project dat liep van 2017 tot en met 2021. Zij deden onderzoek in de jachthaven in Hellevoetsluis, bij de omgevingsdienst IJmond en in de zeehavens in het Belgische Oostende, Duinkerke in Frankrijk en Portsmouth in het zuiden van Engeland.

Doelstellingen Het zijn stuk voor stuk kleine havens in vergelijking met Rotterdam of North Sea Port. Europa telt in totaal zo’n 1250 van dit soort havens. Zij moeten net als de grote havens voldoen aan de doelstellingen rondom energiebesparing en C02-reductie. Dat is op zichzelf al een lastige opgave, zegt de European Sea Ports Organisation (ESPO), omdat veel verschillende partijen met van alles bezig zijn en verschillende belangen hebben in de havengebieden. Een van de extra problemen van deze categorie havens is dat ze niet genoeg geld of ruimte hebben om bestaande duurzame technieken toe te passen, omdat deze meestal voor de grote havens zijn ontworpen. Ook hebben ze niet of nauwelijks toegang tot subsidies voor dit soort investeringen. Tot slot ontbreekt het bij de medewerkers aan kennis en tijd om zich te verdiepen in methoden om het gebruik van fossiele brandstoffen op een kostenefficiënte manier terug te dringen.

Tijdens de projectperiode werden in de havens acht pilots met duurzame technologieën uitgevoerd, die als voorbeeld dienen voor vergelijkbare havens. Het ging in Oostende om een middelgrote windturbine en drijvend energieponton van het bedrijf Blue Power Synergy dat tevens dienstdoet als aanlegsteiger.

Proefprojecten

Verder kwamen er een klein energieplatform in IJmond, een nieuwe, energiezuinige link-span (de drijvende verbinding tussen het schip en kade) in Portsmouth en kleine windmolens en drijvende zonnepanelen in Hellevoetsluis. “Een rijke schakering aan systemen, voor een deel bestaande technieken die we in nieuwe omgevingen hebben toegepast”, zegt Van Berkel over de proefprojecten.

Afvalverwerking De haven van Duinkerke heeft een omvangrijke chemische industrie. Het was daarmee een vreemde eend in de bijt van PECS. Hier wilden de deelnemers stoom van de afvalverwerker gebruiken voor het opwekken van elektriciteit. IndaChlor maakte het systeem. “Er waren aanvankelijk wat tegenslagen, maar het zit nu toch in de opstartfase”, aldus Van Berkel.

Voor de haven van Portsmouth strooide vooral een ander probleem zand in de raderen. “De Brexit heeft ons tijdens de onderzoeksperiode het meeste gehinderd. Dat frustreerde me enorm”, zei loods en assistent-havenmeester van Portsmouth Jeremy Clarke tijdens de slotconferentie. “Toch hebben we met onze nieuwe link-span een kleine stap kunnen zetten. Ik heb nog hoop dat we onze doelstelling halen om in 2050 energieneutraal te zijn.”

Rekenmodellen Waar de havens investeerden in de proefprojecten ontwikkelden de kennisinstellingen vier rekenmodellen, die via de website van PECS voor elk havenbestuur in Europa kosteloos ter beschikking staan. Van Berkel maakte een tool die helpt om het technisch potentieel van herbruikbare energiebronnen te beoordelen. De beschikbare bronnen in havens zijn golven, het getij, zon en wind. “De laatste twee zijn verreweg de belangrijkste.” Als bestuurders een aantal gegevens invullen, zoals de bruikbare water- en landoppervlakte en het elektriciteitsverbruik, zien zij welke bron voor hen het meest potentieel biedt. Met de drie andere tools kunnen havens een energieaudit doen, checken hoe ze efficiënter met energie kunnen omgaan en een optimale mix samenstellen van methoden om hun CO2-uitstoot te verminderen.

Lector Jacob van Berkel van Delta Power:


'In grote havens ligt verreweg het meeste potentieel om te besparen'

De locaties voor pleziervaart hebben over het algemeen een bescheiden energieverbruik en redelijk wat ruimte om besparende systemen te installeren.

Energieneutraal

Van Berkel was zelf betrokken bij de proef met de drijvende zonnepanelen in Marina Cape Helius in Hellevoetsluis. Deze werden neergelegd in het noordelijke deel van de haven dat niet diep genoeg is om aan te meren. De panelen drijven in een speciale constructie op het water.

Het is een open systeem zodat het (onder)waterleven niet of nauwelijks wordt aangetast. Samen brengen de panelen 27.000 kilowattuur op, een vijfde van het totale energieverbruik van de haven. De gemeente wil dat de haven in 2040 energieneutraal is.

Doel van PECS was om tussen de tien en twintig procent aan energiebesparing te realiseren. “Dat is te ambitieus gebleken, vooral omdat onze systemen voor de wat grotere havens te klein waren. Het gaat eerder om een aantal procenten gemiddeld.” Een van de belangrijkste resultaten van het project is dat het technisch en economisch potentieel van duurzame technieken in havens beter bekend is. Ook is er veel meer bereidheid onder havens om in low-carbon-systemen en duurzame energiebronnen te investeren en is de kennis hierover vergroot. Daarnaast maakt zo’n dertig procent van de kleine en middelgrote havens gebruik van de tools om mogelijke besparingen te berekenen. Volgens Van Berkel is er voldoende potentieel om te verduurzamen. “Maar in grote havens als Rotterdam en Antwerpen heb je veel industrie. Daar ligt verreweg het meeste potentieel om onze CO2-footprint te verminderen. Als je echt wil verduurzamen moet je naar de industrie kijken.”